Deamia funis
Hammel&Arias


◊◊ Phytotaxa 576(2):220-226 (2022)"|

- Leden klimmend met luchtwortels en hangend, onregelmatig vertakt, 12 cm tot 10 m lang, 0,6-1,1 cm doorsnede, cilindrisch. Ribben ±8, afgerond, bedekt met een waslaag. Areolen 1-1,5 cm uiteen. Doorns 4-18, oranje tot zwart, tot ±1,4 cm lang. Bloem 's nachts openend, 8-10 cm lang, actinomorf, trechtervormig. Pericarpel ±1 cm lang, met vilt en haren. Receptaculum lichtgroen tot groengeel, 5-7 cm lang, met witte tot oranje haardoorns en soms met enkele doorns. Buitenste bloembladen lichtgeelgroen tot wit, soms met bruine punt. Binnenste bloembladen wit. Meeldraden talrijk, in twee rijen, 1,5-3 cm lang, wit. Stijl 6-8 cm lang, stempel wit tot crème, uitstekend boven de meeldraden. Onrijpe vrucht geelgroen, 2-2,5 cm doorsnede, eivormig, met ±20 doorns.

- Nicaragua (T: Matagalpa). In nevelzone op 300-450 m. Bloeitijd januari tot april.